De bal limousine wordt gedanst in kleine kringen; ideaal is vier tot acht koppels. Leiders en volgers staan om en om.
De basispas is dezelfde als in de bourree in 3. De puls is regelmatig 1-2-3 1-2-3. Stappen zijn links-rechts-links rechts-links-rechts. Deze pas wordt de hele dans door volgehouden. Zo'n blokje van drie passen noem ik in het vervolg een driepas; links-rechts-links is dan een driepas op links, en een rechts-links-rechts een driepas op rechts.
De handen zijn vast. Gedurende het hele A-deel van de muziek beweeg je als kring met de klok mee, door je met de driepas op links, zijwaarts naar links te verplaatsen, en de driepas op rechts, op de plaats te doen. Bij iedere driepas geef je de armen energiek een zwaai naar voren en weer terug.
De handen zijn los. In dit deel doen leiders en volgers iets verschillends. De figuren herhalen zich gedurende het hele B-deel van de muziek.