De ijswals is gemaakt door Anne Sanson-Catz rond 1925 op een melodie die in “Feuillet Recueil de danses” (1700) is opgenomen als “Le Passepied”. De dans is geïnspireerd op de bewegingen die je maakt tijdens het schaatsen.
Koppels staan in een kring met het gezicht tegen de klok in. Leiders staan aan de binnenkant van de kring (links, een beetje achter de volger), volgers aan de buitenkant. De linkerhanden zijn vast, op ontspannen hoogte links van de leider (arm van volger gaat voor de leider langs). De rechterhanden zijn vast, rond de rechterschouder van de volger (arm van leider gaat achter de volger langs)
Gedurende de hele dans doe je steeds één stap per tel, dus 1-2-3 1-2-3 etc. Eén blokje van drie passen is een driepas. Vanwege het oneven aantal tellen van zo'n driepas, wisselt de voet waarbij je hem begint dus steeds af (rechts-links-rechts links-rechts-links etc.)
De basispas van de IJswals is een specifieke driepas, de zogenaamde kruispas, die zowel vooruit als achteruit gedanst wordt. Beide worden hier uitgelegd, waarbij voor de uitleg voor het gemak uitgegaan wordt van een start met de rechtervoet. Als je de kruispas met links start, doe je alles spiegelbeeldig.
Hierna begint de hele dans opnieuw.