Chapelloise (jig, gigue)
Gezellige mixer. In Nederland vaak jig of gigue genoemd, in België gigue en in Frankrijk chapelloise. Van origine Scandinavisch onder de naam aleman's marsj, geïntroduceerd in Frankrijk in de jaren '30 door Miss Pledge, en in de jaren '70 gepopulariseerd door André Dufresne in Chapelle-des-Bois - vandaar de naam chapelloise.
Basis
Opstelling
Flankkring van paren. (Dat betekent: de paren staan 'in optocht' achter elkaar in een grote kring. Leider en volger kijken beide in tegenklokrichting. Leiders aan de binnenkant van de cirkel, volgers aan de buitenkant. Rechterhand leider en linkerhand volger zijn vast, hand van leider is onder)
Basisstappen
Deel A
I:
Tel 1-4: vier stappen naar voren, op de kringlijn tegen de klok in (welke voet begint, maakt niet uit) en draai je halfom (meestal volger linksom, leider rechtsom)
Tel 5-8: vier stappen achteruit, op de kringlijn
II:
Tel 1-4: vier stappen naar voren, op de kringlijn in klokrichting, en draai je halfom (meestal volger rechtsom, leider linksom)
Tel 5-8: vier stappen achteruit, op de kringlijn
Deel B
III:
Tel 1-en-2: driepas zijwaarts naar elkaar toe; dit betekent voor leiders rechts-links-rechts en voor volgers links-rechts-links
Tel 3-en-4: driepas zijwaarts van elkaar af, op dezelfde manier
Tel 5-8: leider en volger wisselen van plaats: de volger draait voor de leider langs, hen aankijkend, en de leider beweegt naar rechts
IV:
Tel 1-en-2: driepas zijwaarts naar elkaar toe; dit betekent voor volgers rechts-links-rechts en voor leiders links-rechts-links
Tel 3-en-4: driepas zijwaarts van elkaar af, op dezelfde manier
Tel 5-8: draai door (leiders laten de volgers onder hun linkerarm door naar achter gaan, door met de linkerhand een hoge poort te maken en naar links te bewegen zodat de volger schuin rechts naar achteren begeleid wordt, terwijl ze zelf schuin links naar voren stappen om de nieuwe volger op te vangen aan hun rechterhand die van voren eraan komt)
Aanwijzingen
kijk je partner aan!
Volger legt de hand op die van de leider
evt.: vrije hand in je zij zetten
beetje rechtop staan
houdt rekening met looptempo voor en achter je
als het krap is: spring in deel B niet te wild
loop in deel A niet te dicht tegen elkaar aan, want dan kan je niet naar elkaar toe springen
Muzikaal wordt de chapelloise meestal in 6/8 genoteerd: hierbij vallen er dus twee tellen in één maat (en duurt een cyclus 16 maten, waardoor een chapelloise vrijwel altijd op een 16 bar jig gedanst kan worden). Een alternatieve notatie is in 4/4: hierbij vallen er dus vier tellen in één maat (en duurt een cyclus 8 maten).
Variaties
In deel A 8 tellen rechtdoor lopen gezicht zelfde kant op
aan einde van I, II, III en/of IV kan de leider de volger één of meer extra rondjes laten draaien
In deel B met de voeten vooruit en de benen wat gestrekt springen, er een Iers aandoend huppeltje van maken.
Bij naar elkaar toe springen kwartslag gedraaid zijn naar elkaar toe.
Halverwege I draait de leider de volger met één of twee handen een hele slag in en ze lopen nog steeds vooruit en bij het eerste deel van B achteruit. In het tweede deel van B volgt een draai 'uit'.
Videovoorbeelden
Externe Referenties