De dus (spreek uit: 'duus') is een dans uit de Béarn, in het zuiden van Frankrijk.
De opstelling is in een kring, startend met het gezicht naar rechts gedraaid (dus kijkend tegen de klok in). De dans wordt met handen los gedanst, je houdt elkaar dus niet vast.
De dans kent maar liefst vijf basisfiguren: dus, pas volat, simple, copar en doble. Deze beginnen altijd met je buitenbeen. Dat wil zeggen: als je tegen klokrichting in danst is dat je rechterbeen, dans je met de klok mee, dan is het je linkerbeen. Zie voor video-uitleg van deze passen ook hier
De telling van de dus is 1, 2, 3-en. Hieronder beschrijf ik de dus beginnend met rechts. Wanneer hij begint met links, is alles spiegelbeeldig.
De telling van de pas volat is 1-en, 2, 3-en. Hieronder beschrijf ik de pas volat beginnend met rechts. Wanneer hij begint met links, gaat alles spiegelbeeldig.
De telling van de simple is 1, 2, 3, 4-en. Hieronder beschrijf ik de pas volat beginnend met rechts. Wanneer hij begint met links, gaat alles spiegelbeeldig.
De telling van de copar is 1, 2-en 3, 4-en. Je begint met je buitenbeen. Hieronder beschrijf ik alsof dat je rechterbeen is. Wanneer je buitenbeen je linkerbeen is, doe je alles precies andersom.
[nog te beschrijven]
De dus bestaat uit vier delen, gevolgd door een afsluiting. Ieder deel begint met in dansrichting, d.w.z. met je neus naar rechts. Op dat moment is je buitenbeen je rechterbeen.
Dit gaat vier keer (een keer beginnend met rechts, een keer beginnend met links, een keer beginnend met rechts, een keer beginnend met links) voordat we overgaan naar het B-deel.
Dit gaat vier keer (een keer beginnend met rechts, een keer beginnend met links, een keer beginnend met rechts, een keer beginnend met links) voordat we overgaan naar het C-deel.
Dit gaat vier keer (om en om beginnend met rechts, dan beginnend met links, beginnend met rechts, beginnend met links) voordat we overgaan naar het D-deel.
Dit gaat twee keer voordat we overgaan naar de afsluiting.