Terminologie
Op deze pagina staat een overzicht van gebruikte begrippen en afkortingen.
Hiernaar kan verwezen worden vanuit de beschrijvingen van de verschillende balfolk dansen.
Editor note: een groot deel hiervan is in onbruik geraakt, achterhaald of ronduit onbegrijpbaar. Derhalve moet dit volledig worden herzien
Dansbegrippen
Standbeen
Het been waarop het gewicht rust. Het andere been is daarmee vrij om te verplaatsen. Wanneer een pas gezet wordt, wisselt het standbeen. Dit is anders bij een tik of tap (verzette voet raakt de grond maar er komt geen gewicht op, volgende beweging is met hetzelfde been) of hop (standbeen komt los van de grond en komt weer neer, dezelfde vrije voet is klaar voor de volgende beweging).
Stap
het verplaatsen van een voet met overbrengen van het lichaamsgewicht, terwijl de andere voet nog op de grond is.
Sprong
Dit is een afzet van één van beide voeten of van allebei tegelijk, daarna een zweefmoment en tenslotte neerkomen op één van beide voeten of op allebei.
- afzetten van beide en neerkomen op beide:
- Sluitsprong: neerkomen op gesloten voeten
- Spreidsprong: neerkomen in spreidstand
- afzetten van twee voeten en neerkomen op één:
- op de plaats
- zijwaarts
- voorwaarts
- achterwaarts
- sprong van de ene op de andere voet (Loopsprong)
- sprong van de ene voet, neerkomen op dezelfde: hup of hop
Tik
Het met de voet de grond aantikken zonder dat er gewicht wordt overgebracht.
Kan bv met teen, hele voet of hiel.
Wandelpas
een serie stappen, kan voorwaarts of achterwaarts
Aansluitpas
Een stap naast het standbeen
Bijtrekpas
Een stap opzij gevolgd door aansluitpas. Zie bijvoorbeeld deze video
Wisselpas
dubbele gewichtswisseling met aansluitpas
(kan naar opzij, naar voren of naar achteren)
Bijvoorbeeld met Links te beginnen:
- verplaats linker been met gewicht
- sluit rechterbeen aan met gewicht
- verplaats linkerbeen met gewicht
Voorbeeld: de eerste pas van de an dro is een wisselpas naar links (met linkerbeen te beginnen).
Galoppas
Stap opzij, gevolgd door aansluiten van de andere voet met een sprongetje, het aansluiten gebeurt nu in de lucht. De pas ontstaat meestel wanneer een bijtrekpas versneld wordt. Om de pas goed in te zetten moet men beginnen met een opvering op het afzetbeen.
Stap-hop pas
Een stap op rechts, gevolgd door een hop op hetzelfde been, dan idem links enz.
(Wordt deze pas in 3/4 maat gedanst, met i.p.v. de hop alleen een opvering op de 3e tel en met gekruist overzwaaien van het speelbeen, dan ontstaat de Zweedse Dalpas).
Hop-stap pas
Een hop op rechts, gevolgd door een stap met links, daarna begint de volgende weer met een hop op links, enz.
Huppelpas
Een versnelde stap-hop pas.
Rielpas
Een stap-hop pas of een huppelpas, waarbij de voet steeds achter c.q. vóór de andere wordt neergezet en dan bij de hup weer naar voren c.q. naar achteren wordt verplaats, zodanig dat men op dezelfde plek blijft.
Om deze pas goed te kunnen uitvoeren moet men de benen goed uitdraaien.
Schotse pas
Drie wandel- of looppassen plus een hup.
Vaak begint de pas met de hup op een opmaat.
Pas komt voor in 2/4 of 4/4 maten in verschillende ritmes.
Een Schotse pas in een gelijkmatig, langzaam ritme wordt ook wel een wissel-hop-pas genoemd en in Frankrijk heet dat dan weer een Pas de Gavotte.
Vroeger werd deze pas ook wel aangeduid als een polka-pas.
Mayim pas
Wandel- of looppas zijwaarts, waarbij de ene voet afwisselend voor of achter de andere wordt langs kruisend wordt neergezet. Begint meestal met vóór kruisen.
Zie bijvoorbeeld deze video uitleg
Deze pas wordt in de USA meestal “grapevine” genoemd maar begint dan meestal met de zijwaartse pas.
Laat je de zijwaartse verplaatsing weg (en daarmee dus dan ook het kruisen) dan krijg je de TSJERKESSIA-pas
Spinpas
Stap met de rechtervoet vóór de linker langs, met doorbuigen in de rechter knie, gevolgd door neerzetten van de linker voorvoet achter of iets voorbij de rechter en strekken van het linkerbeen. Hierbij wordt de rechter voet dan weer verplaats etc.
Niet te verwarren met het “SPINNEN” - dat doe je met z'n tweeën
Basispassen van de sauts Béarnais
In onderstaand filmpje worden de volgende basispassen uitgelegd:
- Simple: 00:00 - 00:16
- Copar: 00:16 - 00:31
- Marcar: 00:55 - 00:58
- Avans: 1:05 - 1:16
- Dus: 1:20 - 1:32
- Pas Volat: 1:32 - 1:49
- Virar: 1:59 - 2:07
Muzikale begrippen
Opmaat
Niet ieder muziekstuk begint op de eerste tel van de maat. Een opmaat is een “niet complete eerste maat”. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de “er” aan het begin van “Er is er één jarig”.
Off-beat
De tel waar gebruikelijk in de muziek geen nadruk ligt. Bijvoorbeeld bij een 4/4 maat ligt de nadruk gebruikelijk op tel 1, met een lichtere nadruk op tel 3.
Dus: 1 2 3 4
tel 2 en 4 zijn hier de off beat
Daarnaast kunnen de gebruikelijke kwartnoten opgedeeld worden in kleinere delen. Wanneer je bijvoorbeeld met achtste noten werkt kun je het ritme zo weergeven:
1 en 2 en 3 en 4 en
Waarbij en de tweede achtste noot van de tel voorstelt (1 en en zijn twee achtste noten, dus samen weer een kwart net als 1 in het eerste voorbeeld)
Nadruk (of een pas) op deze “en” is ook een offbeat.
Daarnaast zou je de tellen ook in kleinere delen kunnen opdelen, bijvoorbeeld:
1 en ne 2 en ne 3 en ne 4 en ne
Dan zijn ook de ne off-beat.
Dit komt bijvoorbeeld voor als er triolen worden gespeeld of met swing ritme
Zie ook Off-beat op Wikipedia (inclusief soundclips)