Danshouding
Een goede danshouding maakt subtiele communicatie met de danspartner mogelijk en voorkomt blessures. Hieronder bespreken we de meest voorkomende houdingen voor koppeldansen en groepsdansen. We gebruiken de begrippen volger en leider in de omschrijving. Deze dansrollen staan los van gender, maar gaan over het afspreken wie hoofdzakelijk het initiatief neemt (de leider) en wie impulsen interpreteert en de continuiteit in de dans bewaakt (de volger). Zelfs dat kan echter door bijvoorbeeld een variatie uit te voeren binnen een dans veranderen.
Aanwijzingen bij koppeldansen
Tension en Connectie
Voor een goede gesloten of half-open danshouding dienen leider en volger voldoende verbinding te maken. Connectie wordt, grotendeels gemaakt door bewegingen vanuit de benen, door het (boven)lichaam, te communiceren via de schouder en armen.
Een rechterarm en schouder van de leider zijn belangrijk, gezien deze lichaamsbewegingen doorgeven aan de rug en arm van de volger.
Voor de leider is het daarbij belangrijk om enige spierspanning in de leidende (rechter) arm te hebben zodat dat deze parallel blijft aan diens torso. Dat zorgt er ook voor dat de volger voldoende stabiliteit voelt om enige tegendruk te geven in de rechter hand op diens rug.
Leiden gebeurt daarbij vanuit het bovenlichaam, waarbij de leidende arm deze vanzelf, parallel, volgt. De schouders bevinden zich daarbij bóven de, licht gebogen, knieën en de ellebogen parallel-tot-voor de torso.
Hierbij geeft de volger enige tegendruk door diens rug iets in de hand van de leider te laten drukken.
Zo vorm je samen één geheel met een gedeeld zwaartepunt. Dit vraagt durf van de volger en stabiliteit en vertrouwen van de leider: een subtiele balans tussen tegendruk en ontspanning. Als één van de 2 de druk laat varen, moet de ander compenseren maar valt niet spontaan achterover.
Het is hierbij belangrijk op te merken, dat het lichaam, zowel bij leiden als volgen enigzins recht blijft staan: niet hol, niet achterover gebogen en zonder de heupen naar achter te duwen. Daarbij is de onderrug ontspannen en spant men de buikspieren enigzins aan.
Zie oa:
Danshoudingen
Half-open
Half-open houding, wat eigenlijk de standaard danshouding is. Je staat tegenover elkaar, de rechterarm van de leider op de rug van de volger (tussen de schouderbladen) met platte hand.
(Als dit als te close wordt ervaren, of men te korte armen heeft, is het ook mogelijk de hand meer richting het linkerschouderblad te verplaatsen)
De basis van deze danshouding komt voor uit het kader dat de leider met hun rechterarm en bovenlichaam vormt. De leider houdt de schouders laag en de rechterarm gebogen voor zich. Het bovenlichaam en de rechterarm vormen samen een stevig geheel, waar de volger licht in kan leunen. Als de leider nu draait met hun lichaam gaat de rechterarm, met daarin de volger, mee.
De linkerhand van de volger ligt in beginsel op de bovenarm/schouder van hun danspartner. Hen legt de V tussen duim en wijsvinger tegen de schouder aan. Afhankelijk van hoe intiem er gedanst wordt kan de hand hoger op de schouder of zelfs helemaal rond de nek van de leider gelegd worden.
De schouders van de leider en de volger zijn parallel aan elkaar. Ieder heeft z'n voeten ongeveer op heupbreedte, recht naast elkaar, en beide danspartners hebben hun rechtervoet (ongeveer een halve voetlengte) tussen de voeten van de ander staan.
De rechterhand van de volger legt hen in de linkerhand van de leider. De leider sluit hun vingers licht om de hand van de volger. De positie van beide handen is bij een ontspannen dans ongeveer op schouderhoogte, midden tussen de twee dansers in. Dit wordt ook wel de vlaggenstok genoemd.
Deze vlaggenstok heeft geen leidende functie (behalve bij het aangeven van sommige variaties). Het is voor de volger erg onplezierig wanneer de leider hun arm naar achteren drukt.
Beide partners dragen zelf hun eigen armen en laten die niet op de arm van de ander hangen.
Gesloten
Gesloten houding, waarbij beide armen van de leider op de rug van de volger zitten. De armen van de volger rusten op of achter de schouders van de leider.
Open
Open houding, hier moet nog een omschrijving voor komen.
Aanwijzingen bij groepsdansen
Handen vasthouden
Wanneer in een groepsdans sprake is van leiders en volgers, is de algemene regel dat de leiders de handen houden alsof ze een denkbeeldig drinkglas vasthouden, en de volgers hun hand in de handen van de leiders leggen. Hiervan kan worden afgeweken wanneer het lengteverschil tussen leider en volger zodanig is dat andersom fysiek comfortabeler is. Wanneer er geen sprake is van leiders en volgers, houdt en elkaars handen op de meest comfortabele manier vast.
Vasthouden met de pinken
Bij veel Bretonse dansen, zoals de an dro, houdt men de persoon naast zich vast door de pinken in elkaar te haken. Traditioneel is om de rechterpink aan de bovenkant te houden en de linkerpink aan de onderkant. Dit is een enigszins blessuregevoelige houding; wanneer je dat onaangenaam vindt, kun je gerust voorstellen om de handen vast te houden of een andere vinger te gebruiken. Het is aan te raden om bij balfolk geen grote of scherpe ringen te dragen.
Onderarmen in elkaar haken
Bij sommige dansen, zoals de hanter dro, worden de onderarmen in elkaar gehaakt. De bovenarmen hangen ontspannen naar beneden, de onderarmen zijn gebogen voor je, ongeveer in een hoek van negentig graden. Ieder legt hun rechteronderarm over die van de rechterbuur, en houdt dan de handen vast.