Polska
De polska is een Scandinavische parendans. Er zijn veel verschillende soorten/stijlen polska, afhankelijk van de regio. “De” polska die gebruikelijk binnen balfolk gedanst wordt lijkt het meest op de Bingsjöpolska. De meeste polskor zijn in 3/4 maat.
Basis
Opstelling
Koppels bewegen tegen de klok in in een cirkel door de zaal. Er zijn ook stijlen die meer op de plek dansen, maar binnen balfolk is dit niet gebruikelijk. Mocht je op de plek willen dansen, zorg dan dat de circulatie van andere koppels niet verstoord wordt, bijvoorbeeld door een plek in de hoek van de zaal uit te zoeken.
Er zijn twee basishoudingen:
- Zij aan zij: De dansers staan naast elkaar, met de volger rechts en de leider links. De volger legt hun linkerhand op de rechterschouder van de leider en de leider legt hun rechterarm in de onderrug of om de taille van de volger.
- Gesloten houding: Het koppel staat tegenover elkaar met de schouders parallel. Zoals gebruikelijk staan de voeten niet volledig recht tegenover elkaar, maar iets versprongen, zodat de rechtervoet tussen de voeten van de partner wijst. Beide partners hebben hun linkerhand op de rechterschouder van de ander. De rechterarm zit op de rug van de partner. Ten opzichte van de zij-aan-zij houding zullen de handen iets verplaatsen, zodat er voldoende ruimte tussen de partners is.
Basisstappen
De muziek is in driekwartsmaat. De nadruk ligt hierbij op 1 en 3
Dus 1 2 3
Meestal wordt er afwisselend zij aan zij gelopen en gedraaid. Het kan mooi zijn deze overgangen aan te sluiten bij een overgang in de muziek, maar het hoeft niet. Je mag zelf bepalen wanneer en hoe lang je draait.
Opties zonder draaien, zij aan zij
Polskapas op 1 en 3
Op het basisritme van de polska past goed een pas op 1 en 3, dus rechts (rust) links of links (rust) rechts . Rust in dit geval wil zeggen dat de voet niet neergezet wordt, maar de beweging van de pas gaat wel door. Er is dus geen pauze of hapering in de beweging, iemand die alleen naar de bovenlichamen van de dansers kijkt zou niet moeten opvallen dat er geen pas op tel 2 is.
Gebruikelijk beginnen volgers met rechts en leiders met links, waardoor het voetenwerk gespiegeld is.
Pas op elke tel
Daarnaast is er de optie om op iedere tel een pas te zetten, dus rechts links rechts of links rechts links
Tip: Met 1 maat (of 3, 5, etc) van 3 passen op elke tel kun je van voet wisselen voor bijvoorbeeld de polskapas op 1 en 3.
Opties om te draaien
Polskadraai
Rechtdoor “lopen” wordt meestal afgewisseld met om elkaar heen draaien. Dit gedeelte van de dans wordt vaak onderschat: het ziet er, als het soepel gaat, eenvoudig uit, maar omdat leider en volger niet simultaan dezelfde passen zetten, vergt het enige oefening. Het inzetten van de draai wordt door de leider gedaan. Deze beweegt zich voor de volger langs (zodanig dat die de volger niet 'in de weg zit') naar de andere kant. De contactpunten van de danshouding verplaatsen en het koppel neemt de gesloten danshouding aan. De volger “antwoordt” hierop door ook naar de andere kant te bewegen. Wanneer beide partners dit aanhouden draaien ze om elkaar, in klokrichting. Het koppel beweegt echter ook nog steeds tegen klokrichting door de ruimte, daarom is het van belang dat er in twee maten een volledige omwenteling gemaakt wordt, anders val je naar binnen (bij te weinig rotatie) of vlieg je uit de bocht (bij teveel rotatie).
De pas van de leider is links-samen-rechts, links-samen-rechts. De pas van de volger is samen-rechts-links, samen-rechts-links. Op “samen” trek je de rechtervoet bij de linker. Let wel op: de volger begint meestal een maat later met het voetenwerk voor het draaien.
Langzame draai Moet nog worden aangevuld
Bakmes Bakmes is zowel een dans op zich als een mogelijke variatie binnen de polska. De variatie is een draai tegen de klok in.
De variatie kan ingezet worden vanaf zij aan zij door de leider door iets in te houden op het constante tempo van naar voren, zonder de volger te storen in hun voorwaartse beweging. Hierdoor loopt de volger iets voor en ontstaat er ruimte om voor de leider langs over te steken.
De volger kan initatief nemen om over te steken met passen op elke tel rechts links rechts. Alle passen leggen afstand af, met de nadruk op de eerste pas.
De voeten van het koppel komen dan uit naast elkaar (dus niet tussen), met de linkerschouders tegenover elkaar en met de tenen tegen de klok in wijzend. Het koppel neemt een gesloten danshouding aan, die iets aangepast is vanwege het feit dat de voeten naast elkaar staan in plaats van tussen. De handen liggen nog steeds op de schouders, maar de gebruikelijke circel “klapt in”. De rechterarmen zijn meer gebogen en de punt van de rechterelleboog worden vanuit de schouder naar buiten gedragen.
Vanuit deze bakmes-danshouding kunnen de partners op 1 2 3 om elkaar heen stappen. Daarbij wisselt iedere danser af tussen een maat met drie passen die veel verplaatsen en een maat meer op de plek. Binnen het koppel wisselt dit elkaar ook af, dus als de volger gestart is met veel verplaatsen is de volgende maat de leider aan de beurt.
Aanwijzingen
- Om de stappen in het draaigedeelte goed onder de knie te krijgen, is het nuttig om het eerst individueel te oefenen, waarbij je al wel om een denkbeeldige partner heen draait.
- Balans is erg belangrijk bij het draaien. Wanneer je als koppel de balans dreigt te verliezen is het beter om de draai af te breken, het is namelijk erg moeilijk om deze al draaiende te hervinden.
- De leider geeft de inzet van de polskadraai aan. Dit gebeurt doorgaans door de laatste keer
links (rust) rechtsvoordat de draai begint, de linkerpas iets ruimer naar links neer te zetten (als ware het een afzet), en met de rechterpas alvast de draai in te zetten door voor de volger langs te stappen.