Avant-deux de travers
Basis
Opstelling
De dans wordt gedaan met twee koppels naast elkaar. Je staat in een vierkant met je partner tegenover je en je contra naast je.
De avant-deux de travers bestaat uit vier figuren van elk vier maten. Een cyclus beslaat dus 16 maten.
De eerste twee figuren worden steeds door slechts één van de koppels uitgevoerd. Figuur 3 en 4 worden door allevier gedanst. Wanneer de hele dans zich herhaalt is het andere koppel aan de beurt om figuur 1 en 2 te doen. Zo wisselen beide koppels elkaar af.
Basisstappen
De basispas van deze dans beslaat één maat van vier tellen, en heeft als ritme 1 2-en 3-en 4. De pas kan zowel met links als met rechts starten, en kan naar voren, naar achteren, naar links of naar rechts gedanst worden. Hier worden daarom alleen de voeten beschreven en niet de richting; de richting wordt vermeld bij de verschillende figuren. Ik beschrijf de versie die met links begint:
- Tel 1: Tik met je linkervoorvoet op de grond, zonder je gewicht neer te zetten
- Tel 2-en: Stap op je linkervoet, stap op je rechtervoet
- Tel 3-en: Stap op je linkervoet, stap op je rechtervoet
- Tel 4: Stap op je linkervoet
Wanneer je de volgende basispas doet, zal die dus starten met een tik met je rechtervoet, aangezien je gewicht op je linkerbeen is.
Een andere term die van belang is bij deze dans, is je buitenbeen of je binnenbeen. Je staat in een vierkantje. Je buitenbeen is het been dat zich aan de buitenkant van het vierkantje bevindt. Wanneer je een danser (je contra) links van je hebt staan, dan is je buitenbeen dus je rechterbeen, en is je binnenbeen je linkerbeen. Als je een danser rechts van je hebt staan, is dit precies omgekeerd.
Figuur 1
- Maat 1: Je doet een basispas, startend met je buitenbeen. Richting: diagonaal naar je partner toe, waarbij je je van het andere koppel af beweegt en dichter bij je partner komt.
- Maat 2: Een basispas, startend met je binnenbeen gekruist voor je buitenbeen. Je tikt je binnenvoet voor je buitenvoet. De rest van de pas gebruik je om zijwaarts naar het andere koppel toe te bewegen. Let op: jij en je partner staan dichter bij elkaar dan dat het andere koppel doet.
- Maat 3: Een basispas, startend met je buitenbeen gekruist voor je binnenbeen. Je tikt je buitenvoet voor je binnenvoet. De rest van de pas gebruik je om zijwaarts van het andere koppel af te bewegen.
- Maat 4: Een basispas, startend met je binnenbeen gekruist voor je buitenbeen. Je tikt je binnenvoet voor je buitenvoet. De rest van de pas gebruik je om zijwaarts naar het andere koppel toe te bewegen.
Figuur 2
- Maat 1: Een basispas, startend met je buitenbeen gekruist voor je binnenbeen. Je tikt je buitenvoet voor je binnenvoet. De rest van de pas gebruik je om een rondje om je eigen as te draaien.
- Maat 2 - 4: Gelijk aan maat 2-4 van figuur 1.
Figuur 3
- Vier maten, oftewel 16 tellen, spinnen met je contra, in gewone danshouding.
Figuur 4
Deze figuur doe je in open danshouding met je contra
- Maat 1: Met je contra samen basispas vooruit, richting jullie partners, startend met je linkervoet.
- Maat 2: Met je contra samen basispas achteruit, startend met je rechtervoet.
- Maat 3 en 4: Herhaling van maat 1 en 2.
Hierna herhaalt de dans zich opnieuw, maar worden de eerste twee figuren door het andere koppel uitgevoerd.